Doelenkaart (ondernemingsplan)

De Doelenkaart is het ondernemingsplan van Vidomes voor de periode 2019-2022. Hierin staat waar het ons echt om gaat, de bedoeling. We hebben één missie, verdeelt over zes thema's:

Voldoende geschikte woningen

Voldoende huisvesting voor onze doelgroep

1. We liggen op koers om in 2030 (t.o.v. 2019) onze woningvoorraad aan te laten sluiten onze woningvoorraad aan te laten bij de vragen van toekomst.

2. We liggen op koers voor 17.500 zelfstandige DAEB-woningen in 2030 (+250).
Het tekort aan woningen veroorzaakt oplopende wachttijden. We streven ernaar onze voorraad DAEB-woningen uit te breiden. Met de kennis van nu is 17.500 een haalbaar doel. Om dit doel te realiseren zijn 1.500 toevoegingen nodig. Daarmee compenseren we voor geplande sloop en verkoop. We stellen dit doel jaarlijks bij op basis van financiële en praktische mogelijkheden en eventuele vraagverandering. Op basis van de huidige markt, is bijstellen naar boven wenselijk.
Meting: aantal zelfstandige woningen bestemd voor verhuur met streefhuur onder liberalisatiegrens, inclusief woningen Koopgarant verkocht.

3. We conserveren onze DAEB-woningen voor gezinnen. We hebben 5250-5500 geschikte woningen.
De afgelopen jaren is het aanbod woningen voor gezinnen in de regio gedaald. Vidomes heeft nog een relatief groot aandeel in grote woningen. Die zijn een belangrijke schakel voor de doorstroming, omdat ze weinig vrijkomen. Daarom streven we naar minimaal consolidatie van de huidige voorraad van 5.250 van deze woningen.
Meting: aantal zelfstandige woningen bestemd voor verhuur met streefhuur onder liberalisatiegrens met minimaal vier kamers en minimaal 65 m2 WWS-vertrekken.

4. We zorgen ervoor dat de netto woonlasten voor minima (zittend en nieuw) betaalbaar blijven na een verbeteringreep.
Een groot deel van onze doelgroep heeft een minimum inkomen en wil een zo goedkoop mogelijke woning. We zorgen ervoor dat de huur plus energielasten na aftrek van de huurtoeslag ook voor mensen met een minimum inkomen betaalbaar blijven. Zowel voor de zittende als toekomstige huurders.
Meting: bij een investering toetsen we of door de voorgestelde aanpak de netto woonlasten betaalbaar blijven.

a) We realiseren 450 nieuwbouwwoningen t/m 2022 en hebben afspraken voor locaties voor nog eens 550 woningen. In het kader van de uitbreidingsplannen zijn nieuwbouwlocaties nodig. Het verwerven hiervan is een grote uitdaging omdat gemeenten en andere grondeigenaren niet graag afboeken op de grond, en sociale huurwoningen een waardedaling van de marktconforme woningen kunnen opleveren. Wij verwachten de doelstelling om 450 nieuwbouwwoningen op te leveren met de kennis van nu vertraagd in 2023 te kunnen realiseren. Meting: aantal te bouwen woningen op beoogde nieuwbouwlocaties. We onderscheiden in elk geval locaties waar harde afspraken over zijn, locaties waarover we in gesprek zijn en een aantal woningen waar nog geen locaties voor in beeld zijn.

b) We hebben een portefeuillestrategie die is afgestemd met alle collega-corporaties in onze werkgemeenten.
Vidomes werkt in de regio met 14 andere corporaties samen. Met zeven daarvan bepalen we het aanbod in onze vier actieve werkgemeenten. Om op een efficiënte manier optimaal in de vraag te voorzien, is het van belang om strategieën en doelstellingen af te stemmen met de gemeenten en collega-corporaties.
Meting: afspraken en afstemming opnemen in de nieuwe portefeuillestrategie. Evenals jaarlijkse herijking.

Onze woningen hebben een passende vastgoedkwaliteit

5. We zijn op schema voor 2030: 95% van onze woningen heeft het profiel passend of robuust.
Om onze voorraad toekomstbestendig te maken, zijn investeringen nodig bijvoorbeeld op gebied van veiligheid en duurzaamheid. Met onze vastgoedprofielen zorgen we voor een integrale kijk op die kwaliteit. Woningen in het minimale profiel zijn kwetsbaar voor vraaguitval en vormen een investeringsopgave. Om het beheersbaar te houden, willen we er hier maximaal 10% van. Voor de lange termijn streven we naar minstens 95% met een betere kwaliteit (passend of robuust).
Meting: telling van het aantal woningen per kwaliteitsprofiel.

6. De klant geeft minimaal een 7,5 voor de kwaliteit van de woning.
Met onze inspanningen in de bestaande voorraad, streven we naar tevreden klanten. In de dienstverlening is een 8+ het doel, maar voor onze woningen is dat te hoog gegrepen. Daar staat betaalbaarheid voorop en vinden we een 7,5 voldoende.
Meting: bij projecten meten we de tevredenheid van de woning na oplevering. Het bredere beeld verkrijgen we uit de woonbelevingsonderzoeken.

a) We hebben geld, mensen en projectmatige beheersing om voldoende woningen per jaar te verbeteren.
Het op orde hebben van de operationele sturing van de vastgoedprojecten, is een randvoorwaarde om de portefeuillestrategie te kunnen realiseren. Dit lijkt logisch, maar vormt in de praktijk een forse uitdaging. Reden om het in de Doelenkaart als kritische succesfactor op te nemen.
Meting: voortgang realisatie in tijd en geld van onderhouds- en woningverbeteringsprojecten.

b) We borgen het conceptuele model van vastgoedkwaliteit in al onze processen.
Onze in 2018 ontwikkelde methodiek voor vastgoedkwaliteit voeren we verder in op diverse vastgoedafdelingen. Zowel bij onderhoud als investeringen, zetten wij de methode in om eenduidig en effectief te werken. We werken de processen bij en passen deze toe. De methodiek is nog jong, en zullen we steeds verbeteren op basis van ervaring.
Meting: met audits toetsen we het gebruik in de processen.

c) We hebben per complex een actuele complexstrategie met een realistisch toekomstbeeld.
We meten jaarlijks de technische, maatschappelijke en financiële prestaties van de complexen. In complexsessies voegen we hier ervaringen van medewerkers aan toe en stellen we de complexstrategie vast.
Meting: aantal complexen dat we jaarlijks bespreken en herijken. We registreren voor medewerkers goed vindbaar de complexstrategie, inclusief laatste controle- en vaststellingsdatum (maximaal 1 jaar oud).

Ons vastgoed levert het rendement om onze doelen te bereiken

7. 2022: we hebben een evenwichtige portefeuille(strategie) vanuit risico- en rendementsoogpunt.
We willen ook op lange termijn onze rol vervullen. Tegelijkertijd willen we ook zoveel mogelijk maatschappelijk kunnen bijdragen en hierop bij kunnen sturen. Dit vergt een financiële continuïteit die we moeten realiseren uit ons vastgoed. De verduurzamingsopgave zet dit onder druk. We vergroten ons inzicht op het rendement van de diverse product-marktcombinaties en het effect daarop van (duurzaamheids)ingrepen. Zodat we kunnen sturen op de balans tussen kwaliteit, voorzien in de vraag en rendement. We stellen op basis daarvan rendementseisen op voor investeringen die input zijn voor complexstrategieën.
Meting: we hebben rendementsnormen gebaseerd op referentieprojecten. We passen deze toe en verfijnen de methodiek verder in 2021.

a) Rendementseisen zijn voor verschillende woningen gedifferentieerd naar situatie en maatschappelijke prestatie.
Zie toelichting hierboven.

b) We hebben werkende rapportages voor het rendement op complexniveau.
Om het rendement van product-marktcombinaties te bepalen en te kunnen sturen op complexniveau, moeten we betere rapportages creëren van het rendement per complex.
Meting: rapportages met rendementen per complex gerealiseerd.

In het oog, in het hart (sociaal domein)

Alle bewoners wonen prettig in een schoon, heel en veilig complex en buurt

1. De leefbaarheid blijft op niveau: gemiddeld boven de 7,0.
De leefbaarheid in buurten en wijken staat sterk onder druk door een steeds eenzijdigere samenstelling van onze complexen en buurten en door extramuralisering van de zorg, waardoor meer huurders met problematisch gedrag in onze woningen wonen. Het behoud van een 7 is daarom niet eenvoudig. De basis ligt in schoon, heel en veilig, het aanpakken van overlast en het stimuleren van sociale cohesie (sociale leefbaarheid). Veel kunnen we zelf doen met de bewoners, maar we hebben ook de samenwerking met de werkgemeenten, bewoners en collega-corporaties en andere wijkpartners nodig.
Meting: 2-3 jaarlijks woonbelevingsonderzoek (waar mogelijk met collega corporaties). Hiernaast gaan we vanaf 2021 tussentijds de woonbeleving in ons bezit meten.

2. We hebben geen rode buurten en complexen meer in 2022. We gaan voor een daling van het aantal aandachtsbuurten van 40% naar 30% en complexen van 30% naar 20%.
Het is een forse uitdaging om het leefbaarheidscijfer boven de 6,5 te krijgen in de huidige rode buurten en complexen. Dat doen we door uitvoering van concrete leefbaarheidsprogramma’s, inclusief inzet van collega’s. In nauwe afstemming met het vastgoedprogramma, doelgroepen en huurlabels. Het gaat hierbij om met name gebiedsconsulenten, consulenten sociaal beheer en complexbeheerders. De programma’s zijn afgestemd met de gemeente en indien noodzakelijk (rode buurten) onderdeel van gezamenlijke wijkprogramma’s met gemeente, collega-corporaties en andere partners.
Een aantal rode complexen zal iets later oranje kleuren:
2023 Bikolaan, Paulus Buijs, Haagsebos & De Boog.
2024: Isaac Da Costa, Bakkerhove, Leeuwenhoeklaan, Frisolaan & De Haar.
Meting: 2-3 jaarlijks woonbelevingsonderzoek (waar mogelijk met collega corporaties). Hiernaast gaan we vanaf 2021 tussentijds de woonbeleving in ons bezit meten.

a) Vidomes is dichtbij: alle sociale huurwoningen hebben een vorm van (sociaal) complexbeheer: ‘ogen en oren’.
We merken in de praktijk dat complexbeheer een groot verschil maakt. Niet alleen om het schoon, heel en veilig te houden, maar ook om signalen van problemen achter de voordeur op te pikken en door te spelen naar onze partners. Niet overal is een even sterke intensieve aanwezigheid nodig. We hebben nu twee vormen van complexbeheer: regulier en intensief. Daarnaast hebben we een flatcoach in Rijswijk en Leidschendam-Voorburg en een buurtbeheerder in Zoetermeer. Ook zetten we flexibel complexbeheer in, in rode en oranje portiek etagewoningen. Het doel is overal ogen en oren te hebben in 2022.
Metingen: aandeel van sociale voorraad met een vorm van (complex)beheer/ogen en oren en aantal verschillende vormen.

b) Sluitende samenwerking met gemeente, politie en zorg om problemen achter de voordeur en ondermijnende activiteiten aan te pakken.
De afgelopen jaren is bezuinigd bij alle partijen en is men vooral gericht op de eigen kernactiviteit, waardoor er geen sprake is van een sluitend vangnet. In combinatie met meer kwetsbare mensen in onze woningen, is het van belang de lijnen intern en met partners te verkorten. We creëren van uitvoering tot bestuurlijk niveau korte lijnen, waarmee we optimaal kunnen samenwerken en elkaar snel kunnen inschakelen en waar nodig kunnen escaleren.
Meting: we maken per gemeente een 'netwerkkaart' en scoren bij de gewenste lijntjes of ze ingevuld zijn en of ze naar behoren werken. Dit bespreken we minimaal jaarlijks met onze partners.

c) We ontwikkelen maatwerk in het verhuurproces, zodat de (kwetsbare) nieuwe huurder goed landt in zijn nieuwe woonomgeving.
Eén van de zorgen van onze huurders betreft de instroom van nieuwe huurders die het leefklimaat mogelijk niet ten goede komt. Dat herkennen we. Soms is het ook een kwestie van onbekend maakt onbemind. Door bij de verhuring meer tijd en aandacht te hebben voor 'wat voor vlees' we in de kuip hebben, kunnen we waar nodig extra aandacht besteden aan het 'goed landen' op de nieuwe woonplek. Ook huurders die moeite hebben met alle procedures en regels rondom een verhuizing kunnen we zo nodig extra ondersteunen in het proces. Samen bekijken we welk wooncomplex het best passend is voor de huurder met een rugzak.
Meting: (om te beginnen) aandeel speciale verhuringen/verhuurgesprekken die extra tijd en ondersteuning vragen bij houden.

Mensen wonen prettig en veilig zelfstandig (zo lang mogelijk)

3. We voldoen aan de vraag naar woningen voor kwetsbare mensen die met begeleiding zelfstandig gaan wonen: maar maximaal 10% van onze verhuringen.
Natuurlijk zijn wij aanspreekbaar op de huisvesting van mensen die (opnieuw) zelfstandig gaan wonen. Maar een deel van deze huurders kan het leefklimaat onder druk zetten. Daarom stellen we hier nadrukkelijk een grens aan dat we op complexniveau willen toepassen. We maken hierover afspraken met onze werkgemeenten, collega-corporaties en huurdersorganisaties in de prestatieafspraken. Die worden jaarlijks geëvalueerd en geactualiseerd.
Meting: het aantal en aandeel toewijzingen, per gemeente en per complex.

4. Het aantal woningen met een ‘verzorgd wonen’ arrangement is toegenomen tot 1.800.
Met 'verzorgd wonen' dichten we het gat tussen regulier zelfstandig wonen en het verpleeghuis. Dat doen we met drempelloze woningen, waar zorg en voorzieningen bij de hand zijn en met ruimte en programma om elkaar te ontmoeten. Begin 2018 hadden we er 1.300, dus we hebben er 500 toe te voegen.
Meting: we labelen deze woningen. Jaarlijks geven we het aantal weer en de toename.

a) Sluitend zorgnetwerk. Optimale samenwerking met gemeenten en zorg voor de huisvesting en begeleiding van kwetsbare mensen.
De extramuralisering en het steeds langer zelfstandig blijven wonen vergt dat huurders die zorg nodig hebben, dat ook krijgen.
Meting: we maken per gemeente een 'netwerkkaart' en scoren bij de gewenste lijntjes of ze ingevuld zijn en of ze naar behoren werken. Dit bespreken we minimaal jaarlijks met onze partners.

Geen ontruimingen van mensen in schrijnende situaties

5. Sociaal en solide incassobeleid: maximaal 18 ontruimingen en huurachterstanden lopen niet op (maximaal 1,8% van de huursom).
Mensen die door financiële problemen hun huur niet betalen zijn niet gebaat bij een ontruiming. Door tijdige aanpak van de huurachterstanden en schulden samen met gemeenten, voorkomen we ontruiming, maar ook oplopende huurschuld. We hebben de afgelopen jaren het aantal ontruimingen op basis van huurachterstanden fors kunnen verlagen. We streven naar een verdere verlaging, tot maximaal 0,1% van onze huurders. Het aantal ontruimingen op basis van ernstige overlast of gevaarlijke situaties rond wiet etc. vallen hierbuiten. Aan die ongewenste situaties willen we juist een eind maken.
Meting: aantal ontruimingen gespecificeerd naar huurachterstand.
Meting: aantal ontruimingen door ernstige woonoverlast en onveilige situaties als wiet etc.

a) Optimale samenwerking met gemeenten bij aanpak van huurachterstanden door convenanten vroeg signalering, inzet hulpverlening, bundeling schulden door gemeente, etc.
Schulden zijn vaak het probleem van veel meer problemen. Daar willen we met gemeenten vroeg bij zijn, zodat het probleem snel kan worden opgelost. Complexe problemen willen we weer hanteerbaar maken voor de huurder.
Meting: in iedere werkgemeente hebben wij een Convenant Schuldenaanpak, met een jaarlijkse positieve evaluatie.

Duurzaam in balans

Onze woningen zijn in 2050 aardgasvrij en energieneutraal

Energietransitie
Ons doel is: onze woningvoorraad is in 2050 aardgasvrij én energieneutraal. Daarbij gelden twee nuanceringen:

  • Onder energieneutraal verstaan we het gebouwgebonden energieverbruik.
    Gebouwgebonden energieverbruik is de benodigde energie voor koeling, verwarming, warm water, ventilatie, pompen et cetera.
  • De woningen zijn gemíddeld energieneutraal.
    Met gemiddeld energieneutraal bedoelen we dat de totale gebouwgebonden energievraag van de woning op of bij de woningen wordt opgewekt of van duurzame bronnen komt. Voor onze woningen betekent dit een gemiddelde energieprestatie coëfficiënt (EPC) of Energie Index (EI) = 0. Vanaf 2021 vervalt de EI en komt dit neer op een primair fossiel energiegebruik (Bijna Energieneutrale Gebouwen 2; BENG 2) = 0.

1. Investeringen zijn voorbereid op aardgasloos en no regret, gericht op de CO2-neutrale voorraad.
Met gemeente, netbeheerder en andere vastgoedeigenaren stellen we transitievisies en wijkuitvoeringsplannen op die bepalend zijn voor hoe we waar en wanneer woningen voorbereiden op of direct aardgasvrij maken. Met 'no regret' bedoelen we maatregelen waar we geen spijt van krijgen. Omdat techniek en inzicht sterk in beweging zijn, is dat een grote uitdaging.
Meting:
1. Realisatie aantal woningen aardgasvrij in relatie tot benodigd tempo van de wens én haalbare ambitie.
2. Jaarlijks de CO2 voetafdruk van daadwerkelijk gas- en elektraverbruik.

2. We hebben op 2.000 woningen zonnepanelen aangebracht.
We hebben op 2.000 woningen zonnepanelen aangebracht: nieuwbouw, thematisch en projectmatig. Dit gaat om woningen achter de individuele (eigen) meter. In 2021 breiden we doelstelling uit met zonnepanelen op collectieve installaties of in energiecoöperaties. Zonnepanelen kunnen snel en rendabel voorzien in het terugbrengen van CO2-uitstoot. Vidomes plaatst zonnepanelen sinds 2017 - waar mogelijk - altijd projectmatig bij grootonderhoudsprojecten. Een andere kans om te versnellen is door zonnepanelen thematisch te plaatsen op daken van woningen waar voorlopig geen onderhoud aan is gepland. De CO2-reductie wordt geschat op circa 1,5 miljoen kg CO2 per jaar wanneer 2.000 woningen worden voorzien van zonnepanelen. Zonnepanelen dragen tegelijkertijd bij aan de doelstelling om energielabel A te realiseren in 2030. Op 1 augustus 2020 had Vidomes 1.205 woningen voorzien van zonnepanelen.
Meting:
3. Aantal woningen waar zonnepanelen zijn aangebracht.

a) In iedere gemeente is een voor Vidomes haalbare Transitievisie Warmte vastgesteld.
In iedere gemeente is in samenwerking met gemeente, netbeheerder en andere vastgoedpartijen een voor Vidomes haalbare Transitievisie Warmte vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders in de gemeente. Daarin is per wijk vastgelegd wanneer (tijdspad) en op welke manier de wijk aardgasvrij wordt.
Meting:
4. Samenwerkingsovereenkomsten tussen gemeente, Stedin en vastgoedpartijen op de Transitievisie Warmte.
5. Vastgestelde Transitievisies Warmte.

b) Voor de wijken die voor 2030 aardgasvrij zijn is een wijkplan opgesteld.
Het wijkplan geeft per wijk de clusters aan die aardgasvrij worden, inclusief een gedetailleerde planning en eventueel de uitwerking van een gezamenlijke business case voor bijvoorbeeld een warmtenet, participatie en communicatieplan. Dit plan moet voor de wijken die voor 2030 van het aardgas af gaan voor eind 2021 opgesteld worden samen met gemeente, netbeheerder en andere vastgoedpartijen. Vidomes oefent invloed uit als het gaat om de onderdelen: planning, tempo, prioritering, oplossingsrichtingen, communicatie, inkoop, samenwerking van het wijkuitvoeringsplan.
In Zoetermeer wordt een wijkplan opgesteld voor de wijk Palenstein. In Delft wordt gewerkt aan een wijkplan voor de wijken Buitenhof en Voorhof.
Meting:
6. Aantal wijken met samenwerkingsovereenkomsten om wijkuitvoeringsplan op te stellen.
7. Aantal wijken met investeringsakkoorden.

c) We hebben voor alle complexen een energiestrategie die meebeweegt met inzichten en ontwikkelingen.
Voor alle complexen stellen we een modelmatige energiestrategie op als onderdeel van het integraal complexplan (doelstelling voldoende en geschikte woningen). De modelmatige energiestrategie gaat over type aanpak en moment, gebaseerd op woningtype en kansrijkheid warmtenet en beweegt mee met inzichten en ontwikkelingen.
Meting:
8. Aantal complexen met een energiestrategie.

Ook bij extreem weer - langdurige droogte, hitte en hevige neerslag - wonen onze bewoners veilig en prettig. Hun directe leefomgeving draagt bij aan de versterking van de biodiversiteit

Klimaatadaptatie.
Voorbeelden van extreem weer zijn buien van bijvoorbeeld 20 mm in 0,5 uur of 60 mm in 1,5 uur en tropische temperaturen van 30 °C of hoger of nachttemperaturen boven de 20 °C.

Onder directe leefomgeving verstaan we de grond in eigendom en/of in beheer van Vidomes rond de complexen. In deze leefomgeving is er bijvoorbeeld ruimte voor bewoners om te bewegen, spelen en sporten, is groen en water aanwezig, worden bewoners uitgenodigd elkaar te ontmoeten en voelen bewoners zich veilig en prettig.

3. Uitvoeringsprogramma voor knelpunten van water, hitte en droogteoverlast in bestaande bouw geborgd in de integrale complexstrategieën.
De gemeente en de waterschappen zijn vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie vanuit het Rijk verplicht om de kwetsbaarheden voor klimaatverandering binnen hun verzorgingsgebied in beeld te brengen. Voor 2020 dienen zij een uitvoeringsagenda voor klimaatadaptatie gereed te hebben. Vidomes levert haar bijdrage aan de uitvoeringsagenda van de gemeente. Wanneer knelpunten aanwezig zijn in het bezit van Vidomes wordt de aanpak voor het verhelpen van de knelpunten opgenomen in de integrale complexstrategieën.
Meting:
9. Aantal complexen met een klimaatadaptatie strategie als onderdeel van de integrale complexstrategie.

4. Van het woningbezit waar problemen met hitte in de woning speelt is de 5% meest problematische aangepakt.
De noodzaak om ons bestaande woningbezit hittebestendiger te maken wordt urgenter door de hittegolven van de afgelopen jaren. Het inzicht in de opgave voor onze woningen is nog in ontwikkeling. We bundelen resultaten van hittestresstesten en het woonbelevingsonderzoek met klachten van bewoners en kennis van het woningbezit. Ondertussen gaan we aan de slag met verkennen van meetmethodieken voor de hittebestendigheid van bestaande bouw. Op basis van deze acties stellen we een plan van aanpak op over waar en wanneer we maatregelen nemen om hitte in de woning tegen te gaan. Tegelijkertijd doen we ervaringen op met maatregelen - denk aan buitenzonwering, groene daken - om hitte in de woning tegen te gaan.
Meting:
10. 5% van de woningen bepalen aan de hand van resultaten woonbelevingsonderzoek. Aanpak opnemen in integrale complexstrategie.

5. De standaard werkwijze om biodiversiteit te herstellen en versterken is:
bestek groen (onderhoud bestaand groen), MJOB groen (nieuw groen) en natuurinclusief bouwen (maatregelen op/ in de woning).
Groen in de stad gaat problemen door klimaatveranderingen tegen, zoals overlast van water en hitte. Tegelijkertijd helpt een groene omgeving bij het behoud en herstel van biodiversiteit.

In een drietrap werken we aan behoud en herstel van biodiversiteit:

  1. onderhouden van tuinen;
  2. vernieuwen van tuinen;
  3. natuurinclusief bouwen.

Meting:
11. MJOB gereed.
12. Verkenning natuurinclusief bouwen afgerond.

In 2050 wil Vidomes volledig circulair bouwen

Circulariteit
Circulair bouwen wil zeggen dat we bij ontwikkeling, gebruik en hergebruik van gebouwen natuurlijke hulpbronnen niet onnodig uitputten, de leefomgeving niet vervuilen en ecosystemen niet aantasten.

6. Plan van aanpak voor materiaalkeuze (incl. milieu impact CO2 aan de hand van Life Cycle Assessment (LCA), opsomming te vermijden grondstoffen, eigendom en financieringsmodellen).
Elk product heeft impact op het milieu, denk aan CO2-uitstoot, grondstofgebruik en landgebruik. Life Cycle Assessment (LCA) is een methode om de milieuprestaties van een product te inventariseren.
Meting:
13. Vastgestelde materialenlijst.

7. Bij de nieuwbouw uitvragen in 2022 (bij aannemerselectie of opdrachtvertrekking) hanteren we een maximale gewenste Milieu Prestatie Gebouw (MPG) score van 0,65.
De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Het gaat hierbij om nieuwbouwwoningen. Per 1 januari 2018 geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0. Een aanscherping wordt verwacht in 2021 naar 0,8.
De MPG score in 2022 is met 0,65 0,15 lager dan de verwachtte wettelijke eis van 0,8. De nieuwbouw uitvragen in 2020 hebben gemiddeld geleid tot een MPG score van 0,8 (nieuwbouw die wordt opgeleverd in 2020-2022).
Meting:
14. MPG score per nieuwbouwcomplex.

Onze bewoners weten hoe zij hun woning en leefomgeving energiezuinig, gezond en comfortabel gebruiken

Duurzaam wonen
8. Onze huurders en medewerkers vinden gemakkelijk online informatie over het duurzaam gebruik van hun specifieke woning.
Het is de verantwoordelijkheid van de huurder om zijn woning duurzaam te gebruiken. We kunnen helpen in het maken van keuzes door te vertellen wat nodig is voor duurzaam leven. We werken aan het online beschikbaar maken van deze informatie via de website en het klantportaal.
15. Meting: nader te bepalen op basis van een nog te bepalen projectplan.

9. We staan onze bewoners op natuurlijke momenten met raad en daad bij in het gebruik van de woning.
We staan onze bewoners op natuurlijke momenten met voorlichting en advies bij in het duurzaam gebruik van de woning. Dit betekent dat we informatie geven over de installaties in de woning en informatie over hoe bewoners zelf invloed kunnen uitoefenen op hun energierekening en een gezonde comfortabele woning. Dit doen we op verschillende momenten: bij een nieuwe verhuring, bij een woningverbetering en op diverse manieren online (social media en website), face to face door complexbeheerders en opzichters, en instructiefolders.
Meting:
16. Aantal mutaties en renovatieopleveringen waarin duurzaam gebruik van de woning met de bewoner is besproken.

10. Bewoners dragen bij aan het klimaatadaptatief maken van hun leefomgeving.
Bewoners dragen bij aan het klimaatadaptatief maken van hun leefomgeving. Klimaatadaptief wil zeggen dat de leefomgeving bestand is tegen droogte, hitte en wateroverlast en bijdraagt aan de biodiversiteit. Door slim om te gaan met regenwater en te kiezen voor minder tegels en meer groen kunnen bewoners bijvoorbeeld bijdragen aan klimaatadaptatie. Vidomes geeft hierover samen met partners voorlichting en advies.
Meting: nader te bepalen op basis van een nog te bepalen projectplan.

Met onze bedrijfsvoering belasten we het milieu niet

Duurzaam Werken
Met onze bedrijfsvoering belasten we het milieu niet. Tegelijkertijd biedt het verduurzamen de mogelijkheid om een voorbeeld te zijn naar stakeholders en bewoners en zelf als medewerkers verduurzaming te ervaren.

11. Op de werklocaties zetten we in op zo min mogelijk gebruik van niet hernieuwbare grondstoffen en het verminderen van afval.
Meting:
17. Jaarlijks door elektriciteit, aardgas voor verwarming, drinkwater en afvalwater en kantoorpapier in CO2 equivalenten uit te drukken, hierbij gebruiken we de CO2 parameters van Milieubarometer.

12. In 2023 is het zakelijk verkeer 100% elektrisch, op gebruik van privé auto's voor zakelijk verkeer na.
De grootste impact van de CO2 voetafdruk bedrijfsvoering bestaat uit woon-werk en zakelijk verkeer. De komende jaren nemen we maatregelen om collega’s te verleiden voor alternatieve en minder milieubelastende vervoersmiddelen: openbaar vervoer, fiets en elektrische auto.
Meting:
18. Jaarlijks door reiskilometers in CO2 equivalenten uit te drukken, hierbij gebruiken we de CO2 parameters van Milieubarometer.

Tevreden klanten

Klanten krijgen wat ze mogen verwachten

1. 80% van onze bewoners beoordelen onze dienstverlening blijvend met gemiddeld een 8+, 10% met een 7-8 en hooguit 10% <=6 op de volgende processen:

  • Nieuwe huurder
  • Vertrekkende huurder
  • Klantcontact
  • Reparatie onderhoud
  • Planmatig onderhoud

Een 8+ is ambitieus. Daarom faseren we. Hiervoor is een routekaart bepaald. Concreet is op de vijf hoofdprocessen benoemd welk cijfer we de komende jaren willen behalen en wat daarvoor nodig is. Jaarlijks voeren we daarom een aantal grotere vernieuwingsacties of verbeteracties door, zoals invoering van het klantportaal in 2020. Ondertussen blijven we bij alle processen continu verbeteren.
Meting: percentage tevreden klanten en het gemiddelde tevredenheidscijfer

Ook minder zelfredzame klanten vinden hun weg in onze processen

2. Minder zelfredzame klanten of hun ondersteuners geven aan dat ze zich goed geholpen voelen.
In 2019 maken we een aanzet voor het werken met klantgroepen in de dienstverlening. Hierbij streven we maatwerk na voor in het bijzonder kwetsbare doelgroepen en de bijzondere uitzonderingen. We starten het gesprek met de ketenpartners. Deze aanzet wordt de komende jaren vertaald in maatwerk voor kwetsbare klanten waardoor ze goed geholpen worden.
Meting: percentage tevreden klanten en het gemiddelde tevredenheidscijfer.

3. Minimaal vijf klantprocessen kennen een aangepaste variant voor een kwetsbare doelgroep.
Kwetsbare groepen, zoals laaggeletterden of licht verstandelijk beperkten vragen een andere benadering. Dat werken we uit in aparte klantreizen.
Meting: 5 klantprocessen kennen eind 2022 een variant voor de belangrijkste kwetsbare groep.

a) Persoonlijk contact waar het moet en digitaal waar het kan.
Door zoveel mogelijk digitaal te organiseren kunnen zelfredzame klanten snel en op maat zaken met ons doen. Dat geeft ons tijd om minder zelfredzame klanten meer persoonlijke aandacht te geven in onze processen.
Meting: in 2022 is X % van onze klantcontacten digitaal.

b) De verbeterteams hebben al hun relevante processen doorlopen en alle gedefinieerde verbetervoorstellen besproken, vast laten stellen en toegepast.
Vidomes werkt met verbeterteams, die continu monitoren waar het beter kan, daar voorstellen voor opstellen, laten vaststellen en toepassen.
Meting: medewerkers geven de verbeterteams een 8+.

Bij elkaar brengen

Woningzoekenden vinden binnen acceptabele tijd een woning

1. Het aantal sociale verhuringen is weer op peil van 2014: 1200 per jaar.
Een van de grote problemen op dit moment is het oplopen van de wachttijden voor een sociale huurwoning, tot gemiddeld ruim zes jaar. Zelfs als je dringend iets nodig hebt, en met het minste genoegen neemt, duurt het 3,5 jaar voordat je wat hebt. Naast een toegenomen vraag, komt dit ook door de afname van de sociale voorraad in de regio (van 170.000 naar 145.000 tussen 2006 en 2016) en door afname van het aantal mutaties in die voorraad (van 13.480 in 2006 naar 9.320 in 2016). Bij Vidomes is het aantal mutaties teruggezakt tot onder de 1000, waar het er in 2010 nog 1200 waren.
Meting: aantal verhuringen zelfstandige DAEB woningen volgens SVH aanbodrapportage.

a) We hebben een regiobrede succesvolle aanpak voor de doorstroming
Om veel beter in de regionale vraag naar woningen te kunnen voorzien - en om het aantal van 1200 verhuringen te halen - is het essentieel dat we meer huurders die niet meer passend wonen overhalen te verhuizen. Mensen die het makkelijk kunnen betalen verhuizen naar een koopwoning of vrije sector huurwoning, mensen die te groot wonen naar een kleinere woning. Dat gaat niet eenvoudig. Daarom willen we de krachten in de regio bundelen, zowel van corporaties als van gemeenten. Overigens is het ook een oplossing als huurders die dat kunnen, een meer marktconforme huur gaan betalen. Dan realiseren we met die inkomsten weer meer betaalbaar aanbod elders.
Meting: aanpak gerealiseerd met de elementen:
1) in al onze werkgemeenten is seniorenmakelaar of vergelijkbaar beschikbaar voor alle corporaties,
2) corporaties passen maatwerk toe bij verhuring aan huurder vanuit schaarse woning,
3) er is budget om verhuisdrempels weg te nemen,
4) mogelijkheden voorrang in vrije sector en koop waar mogelijk geregeld bij corporaties en derden waar gemeente afspraken mee kan maken,
5) samenwerking met WMO consulenten opgezet ('beter verhuizen dan een traplift').

2. Verhuringen zijn evenredig verdeeld over de vraag per doelgroepsegment.
B 83% van het vrijkomend aanbod is 'betaalbaar'.
De inzet is dat iedereen die op een corporatie is aangewezen ongeveer gelijke slaagkansen heeft. Op dit moment betekent dit dat we ongeveer 83% van de DAEB-woningen bij leegkomst moeten verhuren aan de primaire doelgroep, ofwel de groep die op een woning onder de aftoppingsgrens is aangewezen” (€23.700 voor 1 persoon, €32.2001 2 tot 4 personen en €33.500 gezinnen vanaf 3 personen).
Meting: aandeel verhuringen in betreffende prijsklasse en aandeel verhuringen aan betreffende doelgroep.

De huur(korting) is betaalbaar

3. Huurders betalen niet meer dan de voor hen geldende passende huurnorm
Vidomes wil huurmatigingen gericht inzetten daar waar ze nodig zijn. Zodat de woning betaalbaar is voor de huurder. Maar we willen ook geen onnodige huurmatiging geven, want dat geeft een verhuisdrempel bij de stap naar een andere woning. . Als mensen ervoor kiezen om groter te wonen dan nodig, dan mogen ze wel wat meer betalen. We zetten ons in om de Rijksoverheid over te halen hier normen voor te bepalen en het huurbeleid bij te stellen (inkomensafhankelijke huurverhoging).
Meting: 'onbetaalbaar' (wens, nog niet mogelijk:
1) aantal huurders uit primaire doelgroep boven de aftoppingsgrenzen.
2) aantal huurders uit secundaire doelgroep boven de huurprijsgrens.
3) uitgezonderd 'te groot wonend'.
De meting onder 1 kan in 2021 voor het eerst ook daadwerkelijk worden uitgevoerd, door de eenmalige huurverlaging. Deze zal bovendien ervoor zorgen dat onze doelstelling in 1 klap wordt gerealiseerd. Met de kanttekening dat ook te groot wonende huurders deze huurverlaging krijgen, wat ten kosten gaat van onze doorstroomdoelstelling.
Meting: 'teveel huurkorting' gewenst, nog niet mogelijk):
Huurders uit primaire, secundaire en hogere doelgroep, die onder zowel de basisstreefhuur (nu 81%) als onder de voor hen geldende huurcategorie wonen: tot aftopgrens / aftopgrens tot huurprijsgrens / erboven) wonen.

a) We kunnen bij de jaarlijkse huuraanpassing de huur aanpassen aan diverse inkomensgroepen: passend wonen. We bewegen de overheid hiervoor informatie over inkomensgroepen te verstrekken.
Zie vorig punt.
Meting: er is een aangepast rijkshuurbeleid, dat onderscheid maakt naar diverse inkomenscategorieën, waaronder de primaire doelgroep en de secundaire doelgroep die op corporatiewoningen tot €710,- zijn aangewezen.
In 2021 is deze doelstelling eenmalig gerealiseerd voor de primaire doelgroep, met de eenmalige huurverhoging die dit kabinet heeft doorgevoerd.

b) Medewerkers hebben een handelingskader waarbinnen ze verschil kunnen maken o.b.v. de situatie van de (aspirant) huurder.
Meting: er is een handelingskader beschikbaar, betreffende medewerkers kennen dit en passen dit ook toe. Betreffende medewerkers zijn verhuurmedewerkers, verhuurconsulenten, seniorenmakelaar en medewerkers projecten. Via audit vast te stellen.

De woningzoekende kiest zoveel mogelijk zelf waar hij wil wonen

4. We voeren het tweedoelgroepenbeleid in met als uitgangspunt ‘overal tenzij’.
In beginsel vinden we dat mensen ongeacht hun inkomen mogen kiezen waar ze willen wonen. Dat doen we door de huur te bepalen, nadat we weten wie de woning krijgt en wat diens inkomen is. Omwille van de leefbaarheid doen we dat niet overal. We sturen bij als een groep in de verdringing komt.
Meting: eind 2022 past Vidomes overal twee doelgroepen (en zo nodig twee huren) toe, tenzij daar bewust van wordt afgeweken.

5. Woningzoekenden krijgen de informatie die ze nodig hebben om heel gericht te kunnen reageren.
Advertenties van sociale huurwoningen bevatten veel minder informatie dan bij Funda. Daarmee weet een woningzoekende niet wat hij kan verwachten. Dat levert veel teleurstellingen op bij bezichtigingen, zowel bij medewerkers als woningzoekenden. Door betere informatie, weet de woningzoekende straks wel wat hij mag verwachten.
Meting: woningen voorzien van plattegrond, foto’s buitenzijde, foto’s binnenzijde. Indicator welke wachttijd vereist is. Informatie over woningcomplexen beschikbaar, ter oriëntatie.

We voldoen aan wetten en afspraken

6. We wijzen woningen toe met een passende huur aan de primaire en secundaire doelgroep, (minimaal) zoals in de wet en regionale afspraken is vastgelegd.
Dit betreft de volgende regels:

  • Passend Toewijzen: 95% van de huurtoeslaggerechtigden moet een woning onder de aftopgrens moet worden verhuurd (woningwet).
  • Minimaal 80% van de woningen in het DAEB-segment (huur tot €737,14) moet worden verhuurd aan de inkomensgroep volgens de woningwet (€ 39.055, prijspeil 2020). 90% moet worden verhuurd aan een inkomen tot € 43.574 (woningwet).
  • Minimaal 85% van de verhuringen moet in het DAEB-segment worden verhuurd
  • Minimaal 70% van de DAEB-verhuringen moet een huur hebben onder de aftoppingsgrens (regionale afspraken)

Meting: Vidomes monitort dit op maandelijkse basis en rapporteert in de T-rapportages en in de SVH aanbodrapportage.

Goed georganiseerd

We zijn effectief

1. We verbeteren continu onze sturing op resultaten en de kwaliteit van de dienstverlening.
We werken met heldere rollen (incl. eigenaarschap), handelingskaders, waarbij we actief sturen op het benutten van kansen & beheersen van risico’s en een effectieve besluitvorming.
Meting: Zichtbare bijdrage aan resultaten, die wordt (h)erkend door de organisatie en tastbaar is door bijv. concrete ondersteunende kaders en modellen.

2. Onze sturingsinformatie is compleet en beschikbaar voor huurders, stakeholders en onze collega's.
We hebben goed en efficiënt werkende systemen met dashboards om te kunnen (bij)sturen op de resultaten. Ook de datakwaliteit wordt gefaseerd gestructureerd en verder verbeterd, zodat de input van de dashboard betrouwbaar is en blijft.
Meting: In 2020 staan de dashboards voor de belangrijkste primaire processen en de 4-maandsrapportage.

We werken efficiënt en optimaal samen

3. Jaarlijks optimaliseren we 15% van onze processen.
We zetten actief en structureel in op continu verbeteren en vernieuwen, vanuit onze visie op digitalisering en als bijdrage aan een hoge klanttevredenheid. Dit doen we met behulp van een geschikte methodiek en voldoende medewerkers op strategisch, tactisch en operationeel niveau, die die methodiek beheersen.
Meting: We meten de 15% op basis van de processen volgens de CORA/VERA systematiek.

4. We hebben aantoonbaar scherper ingekocht op de 5 grootste ‘kostenposten’ binnen Vidomes.
Voor het leveren van prestaties aan huurders, is Vidomes voor meer dan 60% afhankelijk van leveranciers. Een scherp en zorgvuldig inkoopbeleid is daarom essentieel voor het bereiken van onze organisatiedoelstellingen, inclusief de beoogde klanttevredenheid. We zetten in op scherper inkopen. Meer resultaat, met hetzelfde geld én met goede kwaliteit. Waar mogelijk doen we dit samen met andere corporaties. We verkennen verdergaande mogelijkheden van samenwerking bijvoorbeeld shared services.
Meting: Aan de hand van een inkoopkalender prioriteren wij de belangrijkste inkopen en bepalen we een besparingsdoelstelling per inkoopstroom en monitoren we de realisatie van de besparingsdoelstelling. Dit met een nadrukkelijke koppeling met zoveel mogelijk maatschappelijk resultaat leveren.

5. In 2022 zijn de beïnvloedbare bedrijfslasten gedaald met 10% t.o.v. 2019.
We sturen integraal op een (middel)lange termijn besparing op de bedrijfslasten van 10% in 2022 t.o.v. 2019. We maken betere begrotingen. We besparen geld door administratieve lasten te verlagen en onze processen efficiënter in te richten. Zo krijgen we meer ruimte om maatschappelijk te investeren.
Meting: Realisatie van de netto daling van bedrijfslasten (exclusief inflatie).

6. We benutten samenwerkingsverbanden om optimaal onze doelen te bereiken.
Vidomes ziet veel uitdagingen op zich afkomen (energietransitie, digitalisering, schuldenproblematiek en overige zaken waar we met ketenpartners werken aan de 8+). Door efficiënt in te spelen op samenwerkingsverbanden, vitale coalities en kennisuitwisseling kunnen we die uitdagingen aan. Wij zetten onze actieve samenwerking met collega corporaties en huurders in de regio voort en benutten huidige verbanden nog beter.
Meting: Aantal doelen bereikt via samenwerkingsverbanden.

We vernieuwen en zijn toekomstbestendig

7. We zetten de talenten van onze medewerkers optimaal in en ontwikkelen hun competenties.
Vidomes is een organisatie die waarderend, weerbaar en wendbaar omgaat met veranderingen. Flexibiliteit in inzetbaarheid van medewerkers, inzicht in eigen en andermans competenties en talenten en hierop inzetten vormt de basis voor het behalen van de doelen van Vidomes nu en in de toekomst. Vidomes wil voorbereid zijn op toekomstige (maatschappelijke) ontwikkelingen.
Meting: # medewerkers die doorstromen naar een nieuwe functie. % positieve eindevaluaties. # medewerkers dat een training volgt. € besteed aan training en ontwikkeling.

8. We zijn voor (toekomstige) medewerkers een aantrekkelijke werkgever.
De medewerkers van Vidomes staan aan de basis van alles wat Vidomes doet. Door een aantrekkelijke werkgever te zijn trekken we het juiste talent aan voor de toekomst. Dit bereiken we met het 10-punten plan: dynamisch werk met betrokken collega’s, hard werken, maar thuis is ook belangrijk, veel zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, ruimte voor talent en continue ontwikkelen, fijne werkplek, werk wat er toe doet, goede primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. En we werken met stenen en voor mensen, werken aan complexe stedelijke opgaven in de regio Haaglanden, een groot maatschappelijk netwerk met 5 gemeenten en meer dan 30 partners.
Meting: Vacatures vervuld binnen # maanden. Lengte dienstverband. Werkgeluk.

9. We benutten actief de mogelijkheden van technologische ontwikkelingen (digitalisering).
We zetten in op het verder benutten van technologische ontwikkelingen. Digitalisering is nodig om de doelstellingen uit de strategische visie te laten slagen. Met digitalisering werken we klantgerichter, effectiever en efficiënter. Met de digitale visie en beweging zijn verschillende initiatieven al in gang gezet en geven we richting aan de toekomst van Vidomes. Vidomes bevindt zich in de groep early majority op het gebied van digitalisering.
Meting: Realisatie doelen digitale visie, positie van late majority naar early majority, # digitaliseringsprojecten.

We borgen continuïteit en betrouwbaarheid

10. We presteren naar vermogen en voldoen aan de financiële eisen.
Vidomes heeft een verantwoordelijkheid richting huurders om haar financiële middelen optimaal in te zetten voor de volkshuisvesting. Hierbij streven wij naar een goede balans tussen financieel en maatschappelijk rendement. Ook voor de langere termijn wil Vidomes een gezonde financiële positie. Keuzes die we nu maken hebben invloed op deze financiële positie in de toekomst. Wij streven ernaar om te voldoen aan de financiële eisen die onze toezichthouders stellen en zetten tegelijkertijd onze middelen optimaal in om bij te dragen aan de volkshuisvestelijke opgave in ons werkgebied.
Meting: We scoren op de belangrijkste financiële ratio’s binnen de norm van de toezichthouder en hanteren waar nodig een buffer om eventuele onverwachte tegenvallers te kunnen opvangen en/of om kansen te benutten.

11. We voldoen aan wet- en regelgeving.
Vidomes handelt conform geldende wet- en regelgeving en vertoont het ethisch gedrag dat daarbij hoort. Klanten, medewerkers, stakeholders kunnen erop vertrouwen dat wij vanuit onze missie, bijdragen aan het compliant handelen van de organisatie. We hebben inzicht in de compliance risico’s, behorende bij onze werkzaamheden en nemen maatregelen om die te beheersen. Wij accepteren daarbij een zo laag mogelijk netto risico.
Meting: We scoren voor alle compliance risico’s een laag netto risico en hebben inzicht in de werking van de controls om de belangrijkste compliance risico’s te beheersen.

12. We zijn ons bewust van risico’s en kansen en treffen passende beheersmaatregelen.
Om risico’s en kansen goed te kunnen beheersen en hiermee ‘in control’ te zijn, is het van belang om actueel inzicht te hebben en om een cyclus in te richten waarin de effectiviteit van de maatregelen wordt getoetst. We hebben een integraal beheersingsraamwerk, met ingerichte compliance controls. Belangrijk onderdeel is het verankeren van het eigenaarschap voor risico’s, kansen en beheersmaatregelen in de 1e lijn.
Meting: We hebben actueel inzicht in de belangrijkste risico’s en kansen en in de werking van de maatregelen om deze risico’s en kansen te managen.